NIEUWS

 



Erwin Tuijp was bevelvoerder van de brandweer in de rampzalige Nieuwjaarsnacht (NHD)

Tijdens de komende jaarwisseling is hij weer officier van dienst. Het hoeft van hem geen rustige nacht te worden. Maar laat die film zich nooit meer herhalen. Een gesprek met Erwin Tuyp (43), de man die als kersverse bevelvoerder van de Volendamse vrijwillige brandweer uitrukte voor een brand die zijn leven zou veranderen. „We hebben zware jaren achter de rug, maar we zijn hier krachtiger door geworden.”
Hij is eigenlijk de nuchterheid in het kwadraat: brandweerman en ook nog eens Volendammer. Maar tien jaar na de ramp zijn Erwin en zijn vrouw Linda (40) veranderd. „Ik geniet van ieder moment. Als de blaadjes aan de bomen komen en als ze er weer afvallen. Linda en ik zijn door de Nieuwjaarsbrand teruggefloten om op een andere manier te gaan leven.”

Oudejaarsavond 2000 brengen Erwin, Linda met een collega-brandweerman en diens vrouw en de kinderen bij hun thuis door. Het proosten is achter de rug als de piepers van de brandweermannen afgaan. Binnen acht minuten zijn ze met twee brandweereenheden bij De Hemel. Erwin: „Je zoekt dan automatisch naar de vlammen en de oranje gloed. Daarop ben je gefixeerd. Maar er was geen brand. En dan pas zie je die vallende jongens en meisjes. Het leken wel acrobaten. Zoals ze vanaf het dak naar een lantaarnpaal sprongen en zich daar aan vast probeerden te houden.”

Erwin en zijn mannen schakelen onmiddellijk over op het verlenen van hulp aan de gewonden. Door ze bijvoorbeeld te koelen met een vernevelde straal. En door een opvangtent op te zetten. Veel van hun jongere dorpsgenoten herkennen ze niet. Omdat haren zijn verdwenen en gezichten geblakerd. Er lijkt geen einde te komen aan de stroom van gewonden. Erwin: „Je bleef ze tellen en begeleiden naar de gewondententen, de ambulances en alle andere mogelijkheden van vervoer. Dacht je dat je ze allemaal had gehad en dan bleven ze maar komen uit de huizen waar ze door mensen waren opgevangen en onder de douche gezet.”
Linda luisterde thuis naar de scanner. „Ik hoorde ze roepen: We hebben hier wel honderd ambulances nodig. Toen wist ik dat het echt foute boel was. We waren een paar weken eerder in De Hemel geweest. En toen zeiden we al tegen elkaar: Als het hier een keertje misgaat. Ik ben die nacht meteen de kerstboom gaan aftuigen. En ik stond doodsangsten uit over Erwin. Het waren de langste uren uit mijn leven.”

Film
Erwin stond die nacht, zoals hij het uitdrukt, ‘op de automatische piloot’. „Ik beleefde het als een film. En achteraf zie je de beelden weer terug. Dan zie je pas hoe verschrikkelijk het was.” Linda: „Om kwart voor zeven in de ochtend kwam hij thuis. Ik zal zijn gezicht nooit meer vergeten. Een in en in grauwe blik in de ogen. ‘Ik moet douchen’, zei hij alleen.”
Diezelfde dag komen de brandweerlieden samen in de kazerne. ‘Wij mankeren niets’, straalden ze naar elkaar uit. Er werd geen traan gelaten. Machogedrag, ziet Erwin achteraf. „Maar in de weken erna kwamen de beelden en de verhalen.” Linda: „En de kerkklokken bleven maar luiden. Zelfs ’s avonds werd er begraven.”
Linda, vanwege de kleintjes al vijf jaar niet meer werkzaam als verpleegkundige, meldt zich bij de inderhaast ingerichte polikliniek aan om nazorg te bieden. Het uitwisselen van hun ervaringen en de lange gesprekken versterken de band tussen de twee. Linda: „We besloten: We gaan nu echt genieten van het leven. Elk vrij moment gaan we met de kinderen op pad.”

Ook het vrijwillige brandweerkorps veranderde. Erwin: „We zijn krachtiger geworden als groep. En durven tegen elkaar te zeggen: Jij moet nu maar even niet gaan. Voor mij is de cirkel rond nu ik met de jaarwisseling weer officier van dienst ben. Voor het eerst in tien jaar.”

Terug

 

 

 

NAZORGVOLENDAM.NL