Interview Else Marie van den Eerebeemt in nazorgbulletin van Het Anker
"gebruik je eigen kracht, neem je leven zoveel mogelijk in eigen handen"
De afgelopen jaren heeft Het Anker zich regelmatig
zorgen gemaakt over de broers en zussen van getroffenen. Bij wie konden
zij hun verhaal kwijt? Ze voelen het verdriet van hun ouders maar ook
van zichzelf. Ook speelt schuldgevoel een grote rol.
Else Marie van den Eerenbeemt is familietherapeute en heeft zich o.a.
verdiept in de moeilijke positie van broers en zussen van een ziek of
gehandicapt gezinslid. Wij stelden haar een aantal vragen over de positie
van broers en zussen in het gezin.
Klopt het dat broers en zussen in een moeilijke positie zitten?
Ja. Ouders hoeven zich geen zorgen te maken over 'gezonde' kinderen,
dat leidt tot tekortkoming voor de broers en zussen. De broers en zussen
willen er alles aan doen het verdriet van de ouders te compenseren.
Broers en zussen denken dat ze niet gezien worden door het verdriet
van hun ouders. De broers en zussen weten zich geen houding te geven,
mogen ze zingen, fluiten of lachen? Daardoor ontstaat een ingehouden
sfeer binnen het gezin.
Hoe kunnen ouders voorkomen dat broers en zussen tekort aan aandacht
krijgen?
Daar kunnen ze niets aan doen. Dat komt door de figuurlijke 'blinddoeken
van verdriet'. Ze zien de kinderen alleen bij bepaalde ontwikkelingen,
zoals met de puberteit. De ouders zullen ooit toegeven dat ze de kinderen
'niet gezien' hebben. Tot die tijd denken de broers en zussen dat ze
niet gelukkig mogen zijn. Er ontstaat een taboe op genieten van het
leven, uitgaan en met vrienden omgaan. Dan is erkenning van de ouder
voor de broer of zus heel belangrijk.
Is er een verschil tussen de broers en zussen van overleden jongeren
en de broers en zussen van getroffenen?
Een gezin waarvan één van de gezinsleden is overleden,
heeft eigenlijk als taak de overledene binnen de familie te houden zonder
van de overledene een heilige te maken. Ieder gezinslid draagt de overledene
met zich mee. Tussen de overledene en degenen die leven is een brug
en die heet liefde. Maar als broer en zus kun je nooit tegen een heilige
op, want dat kan een enorme druk op je leggen. Je maakt nog van alles
mee, je maakt ook fouten en je hebt je buien.
Kun je wat vertellen over de rol in het gezin van een kind?
De ramp heeft alle posities en rollen in het gezin verschoven. In een
gezin heb je altijd een zondebok en een zondagskind. Als bijvoorbeeld
het zondagskind wegvalt moet de zondebok hem/haar gaan vervangen. Deze
verschuivingen zijn te vergelijken met het opnieuw bouwen van een huis,
met dezelfde stenen. De gezinssituatie is veranderd en dat is moeilijk
te verwerken.
Als problemen niet opgelost worden kunnen ze dan in een volgende
generatie een rol spelen?
De broers en zussen die thuis woonden tijdens de ramp zijn nu volwassen
en gaan ook een gezin stichten. Wat zij hebben meegemaakt kan invloed
hebben op hun toekomstige situaties. Het leed nemen ze mee. Als zij
bijvoorbeeld kinderen krijgen kunnen ze extra angstig zijn.
Als er onvoldoende erkenning is geweest, kunnen allerlei gevoelens invloed
hebben op de relatie. Terwijl je als nieuwe generatie juist een onbezorgde
relatie wil en je kinderen een onbezorgde jeugd wil geven.
Wat vind je van het opzetten van een lotgenotengroep voor broers
en zussen van getroffenen?
Een broers en zussen groep kan belangrijk zijn voor erkenning en herkenning.
Maar er zitten ook gevaren aan. Je moet elkaar niet in een slachtofferpositie
houden, hierdoor haal je elkaar naar beneden in plaats van elkaar te
helpen. Het doel moet zijn "Hoe is het nu met jullie". De
ramp moet niet het uitgangspunt zijn, maar de broers en zussen zelf.
Zij hebben het verdiend.
Heb je nog een afsluiting die kracht kan geven om een succesvol
bestaan om te bouwen met elkaar?
'Gebruik je eigen kracht, neem je leven zoveel mogelijk in eigen handen,
laat jezelf niet in een slachtoffer situatie plaatsen, wees geen passieve
ontvanger maar een actieve gever!'