NIEUWS

 



Johan Bond (boetie) blijft dank vragen voor alle helpers van het eerste uur
Nieuwjaarsbrand (NiVo)

Hij roemt ze en noemt ze de helden van het eerste uur, de honderden hulpverleners die in de nacht van de Nieuwjaarsbrand 2001 als engelen van God neerdaalden om de gewonde jongeren bij te staan. Johan Bond (boetie) stopte jarenlang ziel en zaligheid in het jongerenwerk en gaf die nacht  zelf ook alles voor de gewond geraakte jeugd. ,,Als ik terugdenk aan die bewuste nacht, denk ik vaak aan al die helden. In die chaos en ellende heb ik zulke mooie momenten gezien. Mensen die knokten voor het leven van anderen. Kom niet aan die mensen. Daar hebben we zoveel aan te danken.” Dorpsgenoten, bezoekers van andere barren, omwonenden, brandweer, EHBO-ers, politie, verpleegsters en artsen van de verschillende ziekenhuizen werden van hun oudejaarsfeestje gehaald, ambulances kwamen zelfs vanuit Emmeloord en Den Helder... allemaal reikten ze de helpende hand. Honderden mensen, honderden verhalen. ‘Boetie’ hoopt dat die grote groep mensen het goed maakt, nu er rond de herdenking veel los is gekomen. Dat ze naar zichzelf luisteren als het minder gaat. Uit ervaring weet de Volendammer wat er gebeurt, als je dat niet doet. Hij kan als individu nooit helemaal symbool staan voor al die ‘helpers’, maar wel de boodschap van velen van hen vertegenwoordigen, dat het hoofdstuk ‘Nieuwjaarsbrand’ nooit helemaal afgesloten kan worden. ,,Ik blijf het zeggen: als je die nacht niet op de dijk bent geweest, zou je naar de kerk moeten gaan om drie kaarsen op te steken en God op je knieën te bedanken...” 

Hij is zelf ook een hulpverlener met een herinnering die voor altijd beklijft. Was een decennium geleden één van de vele toestromende helpers, die zich direct ontfermden over de brandwondenslachtoffers. Maar Bond bagatelliseerde zijn daden als EHBO- en GOR-lid. Alsof hij in de – onmenselijke – praktijk slechts deed wat hem in de droge theorie aangeleerd was. In de maanden daarna cijferde hij zich evenzeer weg voor de mensen in nood. Organiseerde bijeenkomsten, was mede-organisator van de Bedankdag’, waar 2100 mensen uit bovenstaande groep op af kwamen.

Bond draafde door en vergat zichzelf, kwam vooral niet dicht bij het eigen gevoel. Tot hij in 2004 de rekening kreeg gepresenteerd. De Jozef-manager, voormalig jeugdwerker van Club & Buurthuis en daarom geliefd bij veel jongeren, liep volledig spaak. ,,Ik verzamelde steeds de kracht om overdag ‘gewoon’ te doen naar de buitenwereld toe. Alsof ik niks mankeerde. ’s Nachts kreeg ik het dubbel terug.” Een psycholoog kwam niet voor in zijn woordenboek, maar uiteindelijk sloeg hij toch aan het bladeren en kwam er terecht. Hij overwon zijn trots en nam de grote stap. ,,Ik merkte destijds al dat er meer mensen waren zoals ik. Die in de knel zaten, maar geen hulp durfde te zoeken, omdat we het zelf denken te kunnen. Ik dacht ook dat ik een machine was…maar ik ben een mens.”

Afgelopen vrijdagavond hield hij een ‘prevelementje’, zoals hij het zelf noemt. Een woordje richting de honderden jonge gasten in De Jozef. Net als tien jaar geleden. ,,Het was een wrange zaak”, begint Bond (53) zijn relaas. ,,Ik weet nog dat allerlei mensen destijds, toen het Millennium naderde, allerlei rampen voorspelden in de nieuwe eeuw. Toen 2000 er bijna op zat en in De Jozef Oudejaarsavond naar 12 uur ging, pakte ik de microfoon. Zei tegen de 350 feestende klanten dat ze het mooi mis hadden gehad met die voorspellingen: ‘feesten met die handel’, riep ik en tegelijkertijd luidde ik het jaar uit met een grote bel. Hoe wrang is het dan even later te ontdekken dat veel jongeren even na twaalf uur hier de tent uit liepen richting De Hemel en daar alsnog een ramp in zouden lopen. Bijvoorbeeld Nico Kwakman (ballap), wiens broer René hier fulltime werkte en Nico af en toe.”

 

,,Vrij snel kreeg ik een belletje over wat er aan de hand was: m’n stoppen sloegen door, ik pakte een jas en ben op het Pellersplein terechtgekomen. Trof een situatie aan, die nooit meer bij me weggaat. M’n zoektocht was echter toegespitst op m’n dochter Regina, die om vijf voor twaalf tegen me had gezegd dat ze naar De Hemel ging... Drommen jongeren strompelden naar beneden. Ze herkenden me. ‘Boetie, boetie’, hoorde ik van meerdere kanten. Je voelde je machteloos, maar kon dit niet over je kant laten gaan. De eerste ambulance die stopte, die broeder stond te shaken tegen de auto, die heb ik geprobeerd te kalmeren. Na herhaaldelijke verzoeken rondom het Pellersplein een gewondennest te creëren, gooide onder meer Tol ‘bolle’ zijn garage nog open en gebeurde er van alles in de huizen daaromheen. Ondertussen was de brandweer slachtoffers aan het nevelen, waarbij één jongen in elkaar zakte op straat. Die heb ik naar bar De Kakatoe gebracht. De loop naar De Kakatoe was een hel, vele jongeren liepen verbrand en in shock rond het Pellersplein.”

,,Ik kwam voor een dilemma te staan. Waar was m’n eigen dochter? Ik maakte de keuze om de jongeren in m’n nabijheid te helpen, dacht dat als mensen elders hetzelfde zouden doen, dat die zich wel om mijn dochter zouden bekommeren. Ik besloot samen met EHBO-er Hans Schoorl een observatie te maken in bar De Kakatoe. Kijken wie er het eerst weg moest naar de ziekenhuizen. Je probeert op iedereen in te praten en de rust te bewaren. Ondertussen spookt maar door je achterhoofd: ‘waar is die van mij?’”

,,Ondertussen werd me ook ingefluisterd dat er al overledenen waren. Toen één van hen richting ambulance werd gebracht, lette ik op de schoenen en zag dat die schoenen niet van mijn dochter waren. Dat is toch angstaanjagend. Om me heen zag ik zoveel mensen vechten, vechten voor het leven van anderen. De eigenaren van De Kakatoe deden meer dan wat in hun vermogen lag, iedereen had één doel. Overal was water, sommige slachtoffers dreven er bijna in. Een aantal jongeren herkenden mij wel, maar ik hen niet. Rond half drie kreeg ik te horen dat mijn dochter ongedeerd, maar wel hysterisch huilend, buiten stond. Op datzelfde moment kreeg ik een ‘oomzeggertje’ in m’n handen.”

,,Achteraf kregen we complimenten van het traumateam, voor de rust die er heerste. Uiteindelijk kwam er nóg een grote klap. Ik werd door René ‘Ballap’ gebeld dat z’n broer Nico was overleden. Toen begon het pas echt. Fred Smit (uk), een neefje en tegelijkertijd een hartenlap van me, lag er slecht voor. Ik zie nog het ambulancepersoneel hoofdschuddend Fred inladen om naar het Belgische Charleroi te worden vervoerd. Ik heb daar in België ervaren dat er iets moet zijn, ‘daarboven’. Nico Veerman lag tegenover Fred. Ze lagen beide in coma. Toen het met Nico steeds minder ging en zijn ouders op het laatst zijn kamer binnenkwamen, schoot zijn hartslagmeter omhoog. Zijn ouders wisten dat de kans groot was dat hij het niet zou halen en toen ze hem geruststelden met enkele woorden, daalde zijn hartslag prompt en stopte het zelfs… Op m’n knieën huilend heb ik aan God gevraagd waarom… waarom nou?” 

Bond was onbeperkt bij neefje Fred te vinden. ,,Tussentijds vond ik samen met Fred’s vader, mijn zwager Jaap ‘Uk’, m’n drive in het ontplooien van ideeën. Dat deden we onderweg naar Charleroi en terug. Avonden voor ouderen organiseren, avonden voor jongeren. Dat ligt in mijn aard. Mijn dochter had het overleefd en daarnaast was ik een organisatiebeest, dus ik voelde de plicht iets terug te doen. Ik ontwikkelde daarmee kracht en had, met De Jozef, de mogelijkheden en de vrijbrief van het toenmalige bestuur. Achteraf bezien was het ook een uitvlucht, zo kon ik mijn emoties verdringen. Ik deed zóveel dingen, dat ik niet teveel aan de ellende om me heen hoefde te denken. Door iets te organiseren voor anderen, kon ik hun leed verzachten. Er was zoveel shit om me heen, dan mocht ík toch niet naar de kloten gaan. We kregen ook het idee om een Bedankdag te organiseren voor al die helden van het eerste uur, maar ook voor de mensen in de ziekenhuizen. Zij deden ook meer dan soms in hun vermogen lag. Een initiatief dat super zou slagen. Later vroeg ik me af hoe we de geest hebben gekregen om zoiets op poten te zetten?”

,,Toen de Bedankdagen voorbij waren, was het hoofdstuk ‘Ramp’ voor mij afgesloten. Althans, dat wilde ik. Diverse keren was ik benaderd, ook door mensen van het nazorgcentrum, Het Anker. En ik zei dat ik dat niet nodig had, dat het met mij goed ging. Ik merkte echter dat het bleef hangen, maar zei tegen mezelf dat het wel zou slijten. Ik had al die tijd aan bezigheidstherapie gedaan en schoof de verwerking voor me uit. Eind 2004 kwam het er uit. M’n vrouw kreeg problemen en moest geopereerd worden en zelf kreeg ik steeds meer klachten. Tot tijdens een voetbalwedstrijd van de FC. In de rust zou  ik een penalty nemen en een spier in m’n bovenbeen prompt knapte af. Ik ben het veld nog afgelopen. Doktoren konden zich dat later niet voorstellen, maar ik wilde me toen niet laten kennen. Wilde me nooit laten kennen. Bleef maar hard door werken en hield mezelf voor de gek.”

,,In één keer kwam de hele golf over me heen en ik bleek niet meer in staat de bakens te verzetten. Ik kon die drive niet meer vinden. Als ik één van de gewonden uit De Kakatoe van die nacht, René Schilder (pius), weer eens zag, dan kreeg ik het van binnen weer moeilijk. Steeds had ik geprobeerd alles te verdoezelen, maar ik kreeg steeds vaker nachtmerries. Zes maanden lang deed ik nauwelijks een oog dicht. Slikte slaappillen, maar dat gaf niet. Honderden aspirientjes deden meer. Toen we met de Sinterklaas en de Zwarte Pieten, waar ik al meer dan 25 jaar bij zat, verzamelden in De Kakatoe, ging ik helemaal over het touwtje heen. Ineens zag ik alles weer voor me…”

,,Ziek, een kuurtje, ziek, weer wat kuurtjes… mijn weerstand nam af. Ik deed mijn gezin, familie en vrienden ernstig tekort. Mensen zeiden dat ik hulp moest zoeken. Misschien een psycholoog? Oh nee, dacht ik. Díe had toch niks met mijn dingen te maken. Een psycholoog, dat kwam niet in mijn woordenboek voor. Jarenlang had ik een mening over dat nazorggebeuren en Het Anker. Vond ik nergens voor nodig. Ik was ook een type van: het is geweest en we moeten verder. Maar ik ben blij dat ik er terechtkon, want ik kwam er niet meer uit. Dus maakte ik ‘de grote stap’. Ik had geen keuze, was zo ver heen… Zag geen toekomstperspectief meer voor mezelf…”

En spiegelde zijn situatie aan die van andere. ,,Weet je: Fred was erg, die leverde een gevecht waar hij nu nóg mee bezig is. Dan kon ik toch nooit gaan verslappen. Vier maanden heb ik bij een psycholoog van Het Spel gelopen. En kreeg ik de handvatten om er mee om te gaan. Ik weet nog goed dat Matty Hakvoort, die bij het Supportproject betrokken was, vaak tegen me zei: ‘Johan, je komt nog aan de beurt’. Maar mijn slogan was: ik los het zelf wel op. Volendammers hebben dat van oudsher. Die trots van we lossen het zelf wel op. Dat kun je wel willen, maar ik raakte in de knoop met mezelf en had geen keuze meer. Maar in de periode daarvoor, nou… Ik zag mezelf al m’n ziel en zaligheid blootleggen bij zo’n psycholoog. Mooi niet. Maar elke keer weer luchtte het op. Een tijd lang dacht ik zelfs: nou heb ik zoveel voor anderen gedaan, is er nou niemand die op mij let? Maar ondertussen vroegen juist heel veel mensen hoe het met me ging en dat ik moest oppassen. Maar ik erkende het niet.”

,,Op een gegeven moment werd de druk gewoon te hoog, dan komen er klachten waar je niet meer overheen kunt stappen. Ik ben zo blij dat ik de stap heb genomen. Ik heb een andere kijk op het leven gekregen. Ben onafhankelijker geworden. Als het niet vandaag lukt, dan morgen maar. Ik besef ook dat er meer leed is dan alleen dat van de rampbetrokkenen. Je zal maar vroeg een je vader of moeder verliezen… dan moet er toch brood op de plank blijven komen. We moeten meer zorgen voor elkaar. En minder oordelen. Ik kreeg op een gegeven moment een belletje dat een slachtoffer zoveel geld had gekregen. ‘Nou kenne ze wel’, klonk het op z’n Volendams. Terwijl dat slachtoffer zo wil ruilen voor een miljoen om normaal te kunnen zijn… . Ik heb zelf ook geoordeeld. Maar ik heb geleerd. Ik blijf zeggen tegen mensen die er niet bij zijn geweest en zich een mening vormen: ga naar de kerk en dank God op je knieën dat je er niet bij was.”

,,Je leert steeds. M’n broer overleed op z’n 32e, aan een hartstilstand tijdens een voetbalwedstrijd. Net als de ramp gaat dat nooit meer bij je vandaan. Wat me nog steeds dwars zit, is dat we enkele weken voor zijn dood een woordenwisseling hadden gehad. Ik zou er alles voor over hebben om nu tegen hem te zeggen: …sorry… zand erover en we gaan verder…”

,,Wat ik ook merk in zo’n situatie is dat achterblijvers vaak vergeten worden. In de zes maanden dat ik nauwelijks sliep heb ik ook geleerd dat elk verhaal een andere kant heeft. Ik merk ook, als er iets gebeurt, bijvoorbeeld als een jong persoon sterft, dat je zo weer in die cyclus zit. Dat je er vaker mee geconfronteerd wordt, dan je zelf denkt. Maar ja, mijn motor draaide maar door. Ik vergat ‘m af en toe uit te zetten en ‘m te voorzien van olie. Dat is een misser van mezelf geweest. Ik was eigenwijs, supereigenwijs. Maar ik moest uiteindelijk toch kleur bekennen. En goed ook.”

,,Een beest was ik geworden, geen mens meer. Ik had nooit verwacht zo af te glijden, omdat ik altijd een krachtig persoon was die wist hoe ver-ie kon gaan. Heel veel vreugde haalde ik lange tijd uit het voetbaltrainen van jongetjes van 5-6 jaar. Het mooiste uurtje van de week. Het is vrijwilligerswerk en dat moet uit je hart komen. En om toch iets te doen tijdens de aanhoudende slapeloze nachten ben ik ter afleiding een verhaal gaan schrijven. Een Sinterklaas-verhaal. Dat later verfilmd is en op dvd is gekomen.”

Nu het tien jaar na dato is, doemen de beelden weer op en alles wat daarbij hoort. ,,Ik zie ons nog enkele maanden voor de Nieuwjaarsbrand een cursus BedrijfsHulpVerlening doen. Op voorspraak van brandpreventie-ambtenaar Cees Bont. Die man probeerde toen al zoveel voor elkaar te krijgen met betrekking tot brandveiligheid, maar hij stond met zijn armen omhoog, omdat hij op het Stadskantoor nauwelijks steun kreeg voor wat hij aan het doen was. Hij vroeg of ik alle barkeepers wilde mobiliseren voor die BHV-cursus en dat waren er een hoop. Jan Veerman (dekker) liet als eerste ook al zijn barkeepers meedoen, ook die van De Hemel. Daardoor wisten ze hoe te handelen op het moment van...”

,,Maar daarom heb ik nooit begrepen dat ze destijds Cees Bont als zondebok aanwezen en dat hij nu weer verschrikkelijk is behandeld en zelfs naar een ander brandweerkorps heeft moeten verhuizen. Het ambtelijk apparaat heeft destijds sowieso gefaald en nu gaat er nog steeds van alles fout. Ze durven geen stappen te ondernemen. Heel vaak wordt er maar snel naar de horeca gewezen, als er jongeren onder de zestien jaar binnen zijn. Maar ze vervalsen gewoon identiteitsbewijzen, maar als er wat gebeurt, is de horecabaas de klos.”

,,Er wordt zó vaak naar de horeca gewezen, maar die was onderling al bezig om op Nieuwjaarsdag later dan normaal de deuren te openen, vanwege de herdenking. Twittert de burgemeester in de openbaarheid met de vraag of de barren om half twee open willen gaan. Waarom belt hij ons niet eerst even?”

,,De gemeente zal meer moeten doen voor de jongeren onder de zestien jaar en vooral meer energie moeten steken in het traject om ze te bereiken. Wat doen ze er in de nieuwe Pius X aan? Als je hen bereikt, kun je ze aansporen om andere dingen te gaan doen dan aan de drank en drugs. Want ik maak het nog zo vaak mee, dat ik jongeren op zaterdagnacht laveloos zie liggen, of dat ik jongeren drugs zie nemen of dealen, jonger dan zestien jaar. Laatst lag er een kind van veertien dronken bij één van de containers hier bij De Jozef. Ik belde met de ouders, maar er werd me gevraagd of ik wel goed bij m’n hoofd was. Hun kind lag boven te slapen. Toen ik vroeg of ze eens wilden gaan kijken, bleek dat niet het geval... Ouders moeten ook meer hun verantwoordelijkheid nemen richting hun eigen kinderen. In dat opzicht vraag ik me dikwijls af: wat hebben we er nou van geleerd? Niet veel, is het antwoord dan. Schijnbaar is van vele ouders van een volgende generatie de ogen niet open gegaan. Want het gaat vrolijk verder.”

Hij praat veel, ‘Boetie’. Altijd, maar dezer dagen vaker over dat ene veelomvattende onderwerp. ,,Als ik merk dat een ander die het meegemaakt heeft niet lekker in z’n vel zit, zeg ik hem of haar hulp te gaan zoeken. Want we zijn er nog lang niet… Ook wat de jongeren betreft. Een tijdje geleden begon iemand weer over het geld dat ze hebben gehad en dat ze we weer zo positief zijn. Maar dat hoeft niet voor iedereen te gelden. Onderhuids en achter sommige voordeuren is nog een hoop loos. Wat Fred betreft is het verhaal ook nog niet ten einde. Eind februari wordt hij weer geopereerd. Als de luchtpijptransplantatie slaagt, kan hij blijven leven. Hij verdient als geen ander steun van de instanties waar hij heeft aangeklopt, maar het duurt al een tijdje voordat er in dat opzicht ‘klaarheid’ is. Dat bemoeilijkt de weg naar de grote operatie. Na meer dan 55 operaties en tien jaar vechten om te overleven, kan het nu wel weer. Zoals ik al zei. We zijn er nog steeds niet...”

 

Terug

 

 

 

NAZORGVOLENDAM.NL