Regie bij ramp onder druk
De landelijke meldkamer voor ambulancezorg wordt volgend jaar geschrapt door het Ministerie van VWS. Bij rampen en grote ongelukken zullen de regionale meldkamers geen gezamenlijke achtervang meer hebben om bij te springen. ‘Dit is gevaarlijk’, zegt hoogleraar gezondheidszorg Guus Schrijvers van het UMC Utrecht, expert in spoedzorg. ‘De veiligheid in Nederland bij rampen zal minder worden.’
Bij een meldkamer ambulancezorg komen via 112 alle verzoeken om medische hulp van burgers binnen. In Nederland zijn 24 meldkamers, elk met een eigen regio. Volgens het Ministerie van VWS is een landelijke meldkamer niet meer nodig omdat elke regionale meldkamer zelf landelijk overzicht heeft. ‘Regio’s kunnen afspraken maken om elkaar te helpen bij calamiteiten’, aldus een woordvoerster. ‘Dit kan naadloos op elkaar aansluiten.’
Vuurwerkramp Enschede
In 2006 riep hetzelfde ministerie de Landelijke Meldkamer Ambulancezorg (LMAZ) juist in het leven, voor 2 miljoen euro per jaar. Aanleiding was de conclusie van de commissie-Oosting na de vuurwerkramp in Enschede dat de regionale meldkamer het de eerste uren nauwelijks aankon; het was een chaos. Ook de brand in Volendam was reden voor de oprichting. Bij beide rampen raakten de meldkamers overbelast en verliep het inroepen van hulp niet goed.
‘Als massale hulpverlening nodig is, loopt het bij een regionale meldkamer al snel over de schoenen', zegt directeur Peter Hartog van de LMAZ. 'Vaak zitten er maar een paar man op een meldkamer. Als er honderden telefoontjes binnenkomen, lukt het niet om die op korte termijn allemaal te beantwoorden en tegelijkertijd ook nog extra ambulances te regelen, ziekenhuizen te bellen voor traumateams en de overheid te informeren.’
Koninginnedagdrama
In 2009 werd de Landelijke Meldkamer Ambulancezorg (LMAZ) onder meer ingeschakeld bij de aanslag op Koninginnedag en bij het neerstorten van het vliegtuig van Turkish Airlines. Bij dat ongeluk werden er door de LMAZ binnen een half uur 64 ambulances uit andere regio’s geregeld.
Volgens VWS kan voortaan worden bijgesprongen door de meldkamers uit de naburige regio. ‘Maar andere meldkamers zijn zelf ook erg druk’, zegt Hartog. ‘Die moeder met het kindje met ademnood blijft ook gewoon bellen. En ze kunnen collega’s wel thuis oproepen, maar het duurt vaak een half uur om op te schalen.’
Stroomstoringen
Naast rampen wordt de hulp van de LMAZ ook vaak bij grotere ongelukken ingeroepen. ‘Per dag worden we 2 tot 10 keer ingeschakeld’, aldus Hartog. 'Als er om drie uur ’s nachts twee bussen frontaal op elkaar botsen, is het eerste wat de centralist doet op de rode knop drukken. Dan komen ze echt handen tekort.’ Het is in zijn bestaan ook drie keer voorgekomen dat de LMAZ alle activiteiten heeft overgenomen van regionale meldkamers die volledig waren uitgevallen bij stroomstoringen. Hartog hoopt dat na het opheffen de LMAZ mogelijk met andere partijen samen kan werken.
Volgens hoogleraar Guus Schrijvers verliep de oprichting van de LMAZ moeizaam wegens verzet bij de regionale meldkamers. ‘Er zijn grote belangen mee gemoeid. De mensen zijn vaak heel bevlogen en trots dat ze een kleine meldkamer runnen. Ze willen autonomie, maar ze vergeten de grotere belangen. De aansturing van de vier traumahelicopters zou bijvoorbeeld beter via de LMAZ kunnen, maar dit is nooit gelukt.’
Londen
Sterker nog: eigenlijk zou Nederland juist voor centralisering moeten kiezen, zegt Schrijvers. ‘We hebben te veel regionale meldkamers in Nederland. We kunnen veel geld besparen door op termijn naar drie of vier meldkamers te gaan. Het is niet meer nodig om in elke regio te zitten. In Londen is er één meldkamer voor 10 miljoen inwoners. Dat loopt prima. Bovendien wil het Ministerie van Binnenlandse Zaken op termijn ook naar drie meldkamers.’
Sectororganisatie Ambulancezorg Nederland vindt het echter ‘logisch’ dat de LMAZ weg moet, zeker nu er moet worden bezuinigd. ‘Bij de oprichting hadden we al onze vraagtekens’, zegt voorzitter Ed Worm. ‘De meerwaarde van de LMAZ is niet duidelijk geworden de afgelopen jaren. Het is altijd een moeizaam proces geweest. Ze zijn maar zo sporadisch nodig. Elke regio kan het met de naburige regio’s regelen.’