Supportproject nog steeds springlevend
Coördinator Manja Schans: ‘Er zijn voor degene die het nog nodig heeft, daar gaat het om’
Na de Nieuwjaarsbrand van 2001 ontstond het plan om de sterke gemeenschapszin van de Volendammers in te zetten voor allen die -op welke wijze dan ook- getroffen zijn door de ramp. Zo ontstond op 24 januari 2001 het Supportproject. Een project waar bijna 7 jaar na dato nog veel supporters/vrijwilligers bij betrokken zijn. Uit ervaringen na de discoramp in Götenburg bleek dat directe steun (support) vanuit de omgeving van de getroffenen van wezenlijk belang is. Het Supportproject beoogt sociale hulp en biedt steun aan alle getroffenen. Deze hulp geldt niet alléén voor de getroffenen, maar ook voor alle andere betrokkenen als ouders, familie, vrienden, hulpverleners en aanwezigen in de rampnacht.
Door het opheffen van Het Anker op 1 januari 2007 is het even stil geweest rondom het Supportproject. Dat wil echter niet zeggen dat er is stilgezeten. Integendeel. Door de structuurveranderingen binnen de nazorg moest er gezocht worden naar een nieuwe coördinator voor het Supportproject. Die is gevonden in de persoon van de Edamse Manja Schans, tot voor kort werkzaam bij het management van de verslavingsreclassering
Volgens Schans is het maatschappelijk belang van het Supportproject nog steeds groot. ‘We weten allemaal dat onze gemeenschap een grote dreun te verwerken heeft gekregen. Gebleken is dat de onderlinge steun die we aan elkaar hebben kunnen geven van wezenlijk belang is geweest. Het supportproject heeft een deel van deze steun kunnen organiseren en uitbouwen, waarbij de vraag vanuit de samenleving altijd leidend is geweest.’
Momenteel houdt het Supportproject zich bezig met het organiseren van lotgenotencontacten in de vorm van groepsgesprekken/activiteiten. Daarnaast is er nog steeds een aantal individuele koppelingen tussen getroffenen en supporters. ‘Het Supportproject is een uniek project, voor en door Volendammers. Ervaringen die we hier hebben opgedaan, kunnen in de toekomst bij eventuele andere calamiteiten van belang zijn. Daarom is het Supportproject onderwerp geweest van een casestudy’. (Maria Klein Beernink, ‘Support in Volendam, de kracht van de gemeenschap na de ramp’).
Naast de lotgenotencontacten zijn de supporters nog steeds telefonisch bereikbaar. Schans: ‘Voor vragen met betrekking tot de nazorg en regelingen kan iedereen natuurlijk terecht bij het Wmo+ Loket van de gemeente in het Stadskantoor. En gelukkig wordt daar ook goed gebruik van gemaakt. Maar er blijkt toch nog steeds een behoefte te zijn aan een luisterend oor na kantoortijden en in het weekend. En in die behoefte voorzien wij. Via het telefoonnummer 320115 word je na vijven doorgeschakeld naar een supporter. Voor als je gewoon even je verhaal kwijt wilt. En als uit zo’n gesprek blijkt dat er toch een hulpvraag is, kunnen wij dat weer kortsluiten met het Wmo+ Loket bij de gemeente’.
Volgens Schans blijkt uit onderzoeken dat tussen de 6 en 10 jaar na een ramp vaak psychosociale problemen optreden. ‘En dat is iets waar men bij het Wmo+ loket van de gemeente, maar zeker ook bij het Supportproject op voorbereid is. Als deze problemen zich voordoen dan kunnen supporters steun verlenen en kunnen lotgenoten elkaar steunen. Lotgenotencontacten lijken voor de buitenwereld misschien luchtig van aard, maar de functie is het bieden van een veilige haven en het in stand houden van het contact voor de tijden waarin dat nodig is.’
Schans verbaast zich over het feit dat er in zekere zin nog steeds sprake is van leedhiërarchie onder de groep getroffenen. ‘Ik hoor tot op de dag van vandaag dat er weinig begrip is voor de getroffenen die niet lichamelijk beschadigd zijn. Voor mij persoonlijk is dat onbegrijpelijk, waarbij ik overigens de groep lichamelijk getroffenen en de families van de overleden jongeren niets tekort wil doen. Ik vind dat alle getroffenen recht hebben op hulp, waarbij vergelijkingen met anderen niet gemaakt zouden moeten worden. Maar helaas is daar kennelijk toch nog steeds sprake van’ aldus Schans.
Door het opheffen van CRN Het Anker en het aanbrengen van een scheiding tussen de professionele en de vrijwillige nazorg, zijn het Wmo+ loket bij de gemeente en het Supportproject in de PIUS X twee afzonderlijke organisaties geworden. ‘We moeten elkaar aanvullen, maar dat geldt voor alle partijen binnen de nazorg. We hebben allemaal één doel en dat is om er te zijn voor degene die het nodig heeft, daar gaat het om. De boodschap die de gehele nazorg wil uitdragen, en dan heb ik het over het Wmo+ Loket bij de gemeente, de B.S.N.V., de S.S.N.V., de S.N.N. en het Supportproject, is dan ook: ‘Wat kunnen wij nog voor je doen?’.
Voor de toekomst wil het Supportproject zich blijven aanpassen aan de vraag vanuit de samenleving. Daarnaast wordt gezocht naar een jaarlijks terugkerende activiteit die de ramp onder de aandacht brengt. Ook onderzoek naar wat in de toekomst verwacht kan worden, vinden we heel belangrijk. Wellicht kunnen wij daarnaast andere welzijnsorganisaties binnen deze gemeenschap van dienst zijn. We hebben tenslotte een geweldig vrijwilligerspotentieel dat in de afgelopen 7 jaar veel kennis en ervaring heeft opgedaan.
Voor contact met het Supportproject kunt u zich maandag, dinsdag en donderdagochtend richten tot Manja Schans, tel: 320348. Of stuur een mail naar: manja.schans@supportvolendam.nl