Zelfredzaamheid bij rampen en crises; een goede voorbereiding is essentieel
Uit onderzoek blijkt dat mensen (zelf)redzamer worden als ze de juiste voorbereidingen treffen. Ook is een goede informatievoorziening tijdens de ramp essentieel. Mensen nemen met de juiste kennis en informatie namelijk goede verstandige beslissingen. Burgers schatten de kans dat zij te maken krijgen met een ramp of calamiteit echter in als klein en zijn daarom moeilijk te motiveren om zich echt voor te bereiden. Vandaar de start van het Project zelfredzaamheid bij rampen.
Project zelfredzaamheid bij rampen
Het project zelfredzaamheid bij rampen en crises heeft drie sporen:
1. Creëren van risicobewustzijn
2. Gebiedsgerichte pilots voor instrumenten die zelfredzaamheid effectief versterken
3. Onderzoek
Spoor 1, risicobewustzijn
In de Denk Vooruit-campagne van 2008 is gekozen voor verhoging van het risicobewustzijn over rampen. In de campagne praten we daarom nu over ‘noodsituaties’ in plaats van ‘rampen’. Want rampen vinden voor veel mensen vooral in andere landen plaats. Noodsituaties kunnen (gevoelsmatig) ook dichter bij huis plaatsvinden, bijvoorbeeld een stroomuitval. Daarnaast is het noodpakket geïntroduceerd als concreet en tastbaar voorbeeld van voorbereiding op noodsituaties.
Uit de eindmeting van de campagne over 2008 blijkt dat deze boodschap aanslaat. 67% van de ondervraagden vindt het je eigen verantwoordelijkheid om je voor te bereiden op een noodsituatie en 56% vindt het handig om een noodpakket in huis te hebben.
Meerdere (commerciële) aanbieders brengen inmiddels een noodpakket op de markt gebracht.
De Denk Vooruit-campagne wordt in het najaar van 2009 voortgezet; voor meer info hierover zie onderstaande link.
Spoor 2, gebiedsgerichte pilots
De boodschap uit de Denk Vooruit-campagne lijkt aan te slaan, de stap naar daadwerkelijke voorbereiding ontbreekt echter. Om te onderzoeken welke instrumenten wèl leiden tot een gedragsverandering en dus effectief de zelfredzaamheid versterken, is een viertal gebiedsgerichte pilots gestart. In de (lokale) praktijk wordt van april 2009 tot mei 2010 onderzocht welke instrumenten helpen om de (zelf)redzaamheid te vergroten. Er wordt onder andere geëxperimenteerd met de manier waarop burgers worden geïnformeerd over noodsituaties in zowel de voorbereidende als de acute fase.
In Amsterdam bijvoorbeeld hebben ze als belangrijke vraag gedefinieerd: Hoe breng je, welke boodschap, zodat die boodschap ook echt blijft hangen? Eén van de boodschappen is dat de overheid niet iedereen direct kan helpen en dat mensen enige tijd op zichzelf zijn aangewezen. Ook worden middelen ontwikkeld om burgers handelingsperspectief te bieden bij de thema’s ‘evacueren en ontruimen’ en ‘psychosociale hulpverlening’. Deze thema’s benadrukken de redzaamheid van burgers, ook wel burgerparticipatie genoemd. Daarnaast gaat Amsterdam een doelgroepenbenadering ontwikkelen. Voor de doelgroepen worden aparte strategieën, boodschappen en middelen ontwikkeld. Ook wil men aansluiten bij de actualiteit.
Op de Veluwe gaat men onderzoeken op wat voor manier je het publiek moet informeren over natuurbranden. Vragen die aan bod komen, zijn: Wat kan het publiek zelf doen? Hoe voorkom je dat communicatie over natuurbrandgevaar kwaadwillenden op ideeën brengt? Specifieke doelgroepen ontvangen met een zekere regelmaat gerichte risicoboodschappen. Ook hier sluit men aan bij de actualiteit qua natuurbrandgevaar. De natuurgevaarthermometer speelt een centrale rol. De thermometer is voor de Veluwe ontwikkeld en geeft via kleuren de actuele mate van natuurbrandgevaar aan. Ook speelt de thermometer een rol in de operationele opschaling door de brandweer.
Door middel van een nul- en eindmeting wordt onderzocht in hoeverre de in de pilots ingezette instrumenten de zelfredzaamheid van burgers en bedrijven versterken. Succesvolle instrumenten kunnen na afloop van de pilots breder worden ingezet.
Spoor 3, onderzoek
Het Project zelfredzaamheid stimuleert ook onderzoek naar ‘best practices’ op het gebied van zelfredzaamheid. Uitkomsten van gedragsstudies worden benut om meer kennis te krijgen over de manier waarop mensen omgaan met crisissituaties en de wijze waarop de gewenste gedragssituatie kan worden bereikt. Deze kennis wordt vervolgens weer benut in de Denk Vooruit- campagne en de pilots. De verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de overheid.
Eigen verantwoordelijkheid is zelfredzaamheid
Het bedrijfsleven en burgers hebben naast de overheid een verantwoordelijkheid als het gaat om de voorbereiding op rampen en crises (zelfredzaamheid). Bij een ramp of een crisis kan het tenslotte zo zijn dat burgers en bedrijven enige tijd op zichzelf zijn aangewezen. Het is daarnaast van belang dat burgers en maatschappelijke organisaties zich inzetten om medeburgers te helpen. De capaciteit van de professionele hulpverlening is per definitie beperkt en wordt als eerste ingezet voor de mensen die deze het hardst nodig hebben.
We willen elkaar graag helpen
Burgers zijn over het algemeen goed in staat zichzelf enige tijd te redden bij crisis, zo blijkt steeds weer uit onderzoek. Mensen raken bij een ramp meestal niet in paniek en handelen rationeel. Ook blijkt de bereidheid om getroffenen te helpen (burgerhulp en omstanderhulp) bij incidenten een ‘gegeven’ (redzaamheid). Dit bleek bijvoorbeeld tijdens de vuurwerkramp in Enschede, de Nieuwjaarsbrand in Volendam en na de aanslagen in Madrid in 2003. De hulpverlening kwam door professionals én burgers zeer recent nog snel en goed op gang tijdens de vliegtuigcrash bij Schiphol en het Koninginnedagincident in Apeldoorn; beide maatschappelijk ontwrichtende situaties.
Strategie Nationale Veiligheid
Het kabinet zet met de Strategie Nationale Veiligheid [1] in op het zoveel als mogelijk voorkomen van maatschappelijke ontwrichting door een ramp of crisis. Door de werkwijze uit de strategie te gebruiken, krijgt men inzicht in de impact en waarschijnlijkheid van dreigingen. Daarnaast wordt onderzocht hoe je de impact en waarschijnlijkheid van die dreigingen kunt beperken. Want of het nu gaat om een pandemie, overstromingen, de kredietcrisis of terrorisme. Het zijn allemaal bedreigingen voor onze nationale veiligheid die constant veranderen en steeds meer met elkaar verweven raken. Ook relatief eenvoudige bedreigingen kunnen door toenemende afhankelijkheden leiden tot maatschappelijke ontwrichting. Een volledige veiligheidsgarantie is natuurlijk niet te geven. We leven immers in een risicosamenleving.